Door prof. Joks Janssen (bron)
ππ’π π°ππ πππ°πππ«π, ππ’π π‘ππππ π°ππ – Vrijwel heel het platteland van Nederland ging na de Tweede Wereldoorlog op de schop. Ruilverkavelingen vergrootten percelen. Houtwallen, singels en heggen verdwenen.
Stap voor stap werd het landschap aangepast aan de logica van de moderne landbouw: schaalvergroting, specialisatie en mechanisatie. Maar niet overal.
Een boeiend artikel in Trouw over boer Wytze de Vries in de Noordelijke Friese Wouden (kaartjes 1950 en 2023) laat zien wat er gebeurt wanneer een eeuwenoud cultuurlandschap grotendeels aan die moderniseringsgolf weet te ontsnappen. Waar zijn bedrijf in Kortwoude lange tijd gold als een uitzondering in agrarisch Nederland, blijkt het vandaag verrassend actueel.
De karakteristieke elzensingels en houtwallen bij zijn bedrijf zijn veel meer dan cultuurhistorisch erfgoed. Ze bieden het vee beschutting tegen hitte en droogte, creΓ«ren een gunstiger microklimaat voor mens en dier, vergroten de biodiversiteit en versterken de veerkracht van het landbouwsysteem.
Niet het landschap werd aangepast aan de landbouw, maar de landbouw aan het landschap.
Door eeuwenlange wisselwerking groeiden boeren en landschap geleidelijk naar elkaar toe. Het landschap werd daardoor niet alleen de fysieke drager van een ecologisch robuuste landbouwpraktijk, maar ook haar levende geheugen: een bron van praktische kennis over bodem, water, biodiversiteit en klimaat; resultaat van een coproductie tussen mens en natuur.
Onderzoek van onder meer Jan Douwe van der Ploeg laat zien dat deze gebiedsgebonden manier van boeren zowel ecologisch als economisch verrassend goed presteert. Door voort te bouwen op de kwaliteiten van het landschap ontstond een landbouw die zuiniger omgaat met grondstoffen, minder afhankelijk is van externe inputs en daardoor ook lagere stikstofverliezen kent.
Wat decennialang werd gezien als een afwijking van het dominante landbouwmodel, bezit veel kenmerken van het type landbouw waar we vandaag naar op zoek zijn. De Noordelijke Friese Wouden zijn in dat opzicht geen openluchtmuseum, maar een laboratorium voor de agrarische toekomst. Een plek waar zichtbaar wordt hoe landbouw en landschap elkaar (weer) kunnen versterken.
Waar de modernisering ons leerde hoe we het landschap konden aanpassen aan de landbouw, vraagt de wederombouw van het platteland precies het omgekeerde: hoe passen we de landbouw weer aan het landschap aan? Dat vereist dat we toen en toekomst niet als gescheiden werelden zien, maar bewust met elkaar verbinden. Van fast forward naar past forward.
Niet om het verleden te reconstrueren, maar om de kennis te herontdekken die besloten ligt in historische landbouwlandschappen. Kennis die tijdens de modernisering werd getypeerd als achterhaald, maar die vandaag opnieuw van grote waarde blijkt voor natuurherstel, waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie. Wie wat bewaart, die heeft wat!


Zoek
Documentatie
Tijdlijn
Stichting
Nieuws